Suïcidepreventie in de huisartsenpraktijk

De huisarts speelt een belangrijke rol in de preventie van zelfdoding. Zowel wat betreft het detecteren en bespreken van suïcidaliteit, als in de verdere opvolging van de suïcidale patiënt. In de leidraad zorgcontinuïteit voor suïcidale personen worden enkele mogelijke taken van de huisarts omschreven en in de richtlijn detectie en behandeling van suïcidaal gedrag staan enkele aanbevelingen rond concreet hulpverlenend handelen in deze situatie. Op deze pagina worden kort de belangrijkste elementen aangehaald.

Detectie van suïcidaal gedrag
Aandachtspunten bij begeleiding
De huisarts als sleutelfiguur in de zorgcontinuïteit
Opvang na een suïcidepoging
Deskundigheidsbevordering bij huisartsen

Detectie van suïcidaal gedrag

Huisartsen hebben een belangrijke rol in het detecteren van signalen en bespreekbaar maken van zelfmoordgedachten. Zeker bij risicogroepen (bv. patiënten met depressieve symptomen, middelenmisbruik, een chronische ziekte of patiënten die in een ernstige psycho-sociale crisis verkeren of een suïcidepoging hebben gedaan), imoet men alert zijn voor signalen. Wanneer signalen opgemerkt worden is het belangrijk dat de aanwezigheid van zelfmoordgedachten en eventuele zelfmoordplannen concreet bevraagd worden. Op basis daarvan kan de ernst van het suïciderisico ingeschat worden en de meest gepaste interventie opgestart worden.

top

Aandachtspunten bij begeleiding

Een eerste belangrijk basisprincipe bij de begeleiding van suïcidale personen is het maken van contact. Een goede therapeutische relatie is immers noodzakelijk om over een gevoelig thema als zelfmoord te kunnen praten. Daarnaast is ook het bevorderen van de veiligheid belangrijk. Bespreek medicatiegebruik, schrijf geen te grote dosissen voor en ga samen met de patiënt na hoe die zijn of haar omgeving suïcideveilig kan maken. Ten derde bevelen we ook aan om ook de naasten van de patiënt te betrekken bij de begeleiding. Zij beschikken vaak over nuttige informatie over de patiënten, maar kunnen ook hulp en steun bieden aan de suïcidale persoon. Een vierde basisprincipe ten slotte is de continuïteit van zorg. Zorg voor een goede follow-up en informatiedoorstroming bij doorverwijzing. Lees hier meer over deze basisprincipes.

top

De huisarts als sleutelfiguur in de zorgcontinuïteit

Door de laagdrempeligheid en de vertrouwensband met de patiënt en zijn naasten, kan de huisarts een continue factor vormen in de zorg. De huisarts kan actief de verwijzing opvolgen en de therapietrouw bevorderen. In het geval de patiënt afhaakt in de zorg, kan de huisarts een actieve outreachende rol opnemen. Meer over de continuïteit van zorg lees je in de leidraad Zorgcontinuïteit voor suïcidale personen.

top

Opvang na een suïcidepoging

Wanneer je als eerste hulpverlener ter plaatse komt na een poging is het belangrijk dat je eerst de persoon in veiligheid brengt, basiszorg geeft en indiend nodig de nooddiensten inschakelt. Laat de patiënt niet alleen tot de komst van de nooddienst.

Daarnaast is het belangrijk dat je de poging en aanleidende factoren bespreekt om eventuele nog aanwezige risicofactoren in kaart te brengen. Ga samen met de patiënt na wat de meest aangewezen vervolgzorg is en bereid de patiënt voor op een eventuele nieuwe crisissituatie door samen een safetyplan op te maken. 

top

Deskundigheidsbevordering bij huisartsen

Deskundigheidsbevordering bij huisartsen is één van de meest efficiënte strategieën om zelfmoord te voorkomen.

Huisartsenkringen en LOK’s kunnen een vorming aanvragen bij de Suïcidepreventiewerking van de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg via Mercedes Wolters (mw@fdgg.be - T +32 9 233 50 99).

Met een acute vraag, kunnen zij ook bij ASPHA (Advies SuïcidePreventie Huisartsen en andere Hulpverleners) terecht.

Meer informatie over suïcidepreventie door huisartsen is te vinden op de website van Domus Medica.

© Zelfmoord1813 - disclaimer